Batikken en knoopverven
Batikken is textiel verven na het trekken van lijnen met gesmolten was, die de verf tegenhoudt. De was wordt aangebracht met een tjanting, een klein koperen vaatje met een dun tuitje aan een houten handvat. De was moet warm zijn om te vloeien. De stof kan in een verfbad gedompeld worden, maar ook aangebracht worden op vlakken tussen de waslijnen. Na het verven wordt de was eruitgewassen. Ik heb zelf een tjanting die ik ooit eens op het Waterlooplein vond, weggegooid door een koopman die waarschijnlijk niet wist wat het was, maar ik heb hem (nog) nooit gebruikt. Batik komt uit Indonesië maar schijnt ook in India en Afrika beoefend te worden. In Afrika werden gebatikde stoffen populair doordat ze werden meegenomen door Afrikaanse huursoldaten in dienst van de VOC, die na hun diensttijd terugkwamen. Het verven van een sarong van topkwaliteit kost wel negen maanden! De was kan ook met stempels worden opgebracht.
Een verwante techniek is het tekenen met kaarsvet op papier of b.v. paaseieren. Je trekt lijnen met een kaars en verft het ei dan met een donkere waterverf. De lijnen blijven dan wit, of min of meer wit.
In de jaren ‘60 en ‘70 was het dragen van geknoopverfde T-shirts populair. Knoopverven of tie-dye (tie=vastbinden, dye=verven van stof) houdt in dat je de stof op een bepaalde manier vastbindt en dan verft, zodat de verf onregelmatig verdeeld wordt. Een verwante techniek is het ikatten (ikat=binden) die vooral op de Kleine Soenda-eilanden bedreven werd of wordt.ke